“Veel cliënten gaan van vechten naar accepteren.”

“Bijna alle cliënten die ik behandel bij Hersenz hebben in meer of mindere mate te maken met vergeetachtigheid. Het gaat dan niet om af en toe iets vergeten, waarvan mensen uit de omgeving zeggen ‘dat hoort bij ouderdom’. Het gaat om klachten die ze niet hadden vóór het hersenletsel.” Een interview met Ingeborg Harberts, Behandelaar Hersenz, cognitief en psychomotorisch therapeut.

Verschillende doelen

“Cliënten met vergeetachtigheid kunnen zichzelf verschillende doelen stellen. Het kan bijvoorbeeld gaan om meer inzicht krijgen in de oorzaak van de vergeetachtigheid. Samen onderzoeken we dit dan. Is er bijvoorbeeld een alertheidsprobleem, waardoor informatie langs de persoon heen gaat en überhaupt niet binnenkomt? Of heeft iemand aandachtsproblemen? Want als diegene niet (meer) meerdere dingen tegelijk kan doen, kunnen zaken aan de aandacht voorbij gaan en worden ze niet opgenomen in het geheugen. De cliënt kan ook snel afgeleid zijn en daardoor minder goed informatie in zich opnemen. Of hij of zij labelt de informatie niet goed, waardoor het later moeilijk is om deze informatie weer op te diepen. Pas als je de oorzaak van de vergeetachtigheid weet, kun je samen kijken naar mogelijkheden tot verbetering.

Cliënten kunnen ook de inzet van strategieën als doel hebben, zodat zij beter kunnen omgaan met hun geheugenproblemen. Gedurende de behandeling experimenteer je dan met verschillende methoden, om te ontdekken wat bij jou past. Je kunt bijvoorbeeld denken aan het gebruik van ondersteunende middelen (zoals agenda, planbord, apps), het inslijpen van handelingen door structuur en herhaling of het afspreken van vaste plekken voor spullen. Naasten informeren over de geheugenproblemen kan nog een ander doel zijn. Want als naasten begrijpen waarom de cliënt (af en toe) iets vergeet, kunnen zij hierin ook beter ondersteunen.”

Praten en ervaren

“Tijdens de cognitieve groepsbehandeling geven we uitleg over de werking van het geheugen en wat hersenletsel hierin heeft veranderd. Daarnaast wisselen cliënten ervaringen uit met elkaar, zoals ‘en dan vind ik iets waarvan ik geeneens wist dat ik het kwijt was’. Zo ontstaat er meer inzicht in de eigen geheugenproblemen en leert ieder van de kennis en ervaringen van anderen. Het herkennen van een klacht bij jezelf of een lotgenoot helpt om deze klacht ook daadwerkelijk te erkennen. Pas dan ontstaat er ruimte om op alternatieve manieren met de klacht om te gaan. Bij de PMT en fysieke groepsbehandeling worden er onthoudoefeningen gedaan met voorwerpen en/of bewegen. Zo wordt er niet alleen gepraat maar gaat de cliënt echt aan de slag, met doelen stellen, strategieën oefenen, feedback krijgen en ervaren wat wel en niet werkt. Het wordt allemaal meer concreet en veel cliënten vinden dit prettig. Ze zien dan ook hoe lotgenoten met hun geheugenproblemen omgaan. Als behandelaar merk je dat de kwartjes vallen. Iemand ervaart waar het fout gaat of krijgt dit terug van een groepsgenoot of behandelaar. Dat is confronterend, maar vaak ook de eerste stap naar verandering.”

Opluchting

“Het besef dat de eigen vergeetachtigheid niet gek is en dat anderen vergelijkbare klachten hebben, zorgt voor opluchting. Dit helpt om de huidige realiteit te accepteren en zo ontstaat er ruimte om anders met de vergeetachtigheid om te gaan. Voorheen ging veel energie naar het vechten, naar het niet willen toegeven aan het verminderde geheugen en naar de inzet van strategieën die niet werken.

De omschakeling van ‘vechten’ naar ‘accepteren’ geeft rust en ruimte voor nieuwe mogelijkheden. Samen hiernaar op zoek gaan maakt mijn werk zo bijzonder!”

Betrokkenheid naasten

“Het is van groot belang dat naasten op de hoogte zijn van de behandeling en de behandeldoelen. Zij hebben immers zicht op hoe het thuis gaat en kunnen de cliënt ondersteunen om het geleerde in praktijk te blijven brengen. Tijdens de individuele behandeling is hier veel aandacht voor en wordt samen met naasten gekeken welke strategieën het beste passen. Op een later moment wordt ook met alle betrokkenen besproken hoe het gaat en of doelen moeten worden bijgesteld. Vaak zien we dat niet zozeer de vergeetachtigheid afneemt, maar dat de cliënt en de omgeving beter weten hoe ze ermee om moeten gaan. Ik wil daarom ook pleiten voor het bespreekbaar maken van vergeetachtigheid met naasten. Weten wat er aan de hand is zorgt voor begrip en betere steun. Dit verkleint de lijdensdruk!”