“Er is gigantisch veel positief veranderd”
Arian Oosterbaan is 42 jaar en alleenstaand. In 2014 kreeg hij hersenletsel, op 34-jarige leeftijd. Hij kwam thuis van een avondje stappen en werd de volgende ochtend wakker met uitval aan zijn rechterarm.
“De linker zij- en voorkant van mijn hersenen zijn beschadigd. De gevolgen hiervan zijn aan de buitenkant niet meer zichtbaar, de onzichtbare schade is des te groter.”
Vóór zijn hersenletsel leidde Arian een actief leven. Hij werkte jaren in de horeca als gastheer op hoog niveau en daarna belandde hij in het slijterijwezen.
Alles kwijt door hersenletsel
“Ik heb mezelf ontwikkeld tot slijterijmanager met een eigen filiaal. Daarnaast ging ik vaak naar concerten en deed leuke dingen met vrienden. Na mijn hersenletsel kwam alles stil te staan. Ik raakte mijn baan kwijt, er ontstond leegte en ik voelde me vaak eenzaam. Eigenlijk is er vanaf mijn ontslag uit het ziekenhuis al heel veel verkeerd gegaan. Ik had veel last van woede-uitbarstingen en die maakten me erg onzeker. Dat mondde weer uit in angst- en paniekaanvallen. Ik was vaak duizelig en uit balans en had last van hartkloppingen en tintelingen. En dan ook nog die vermoeidheid en het gebrek aan energie.
Onbegrip
Ik heb niet de juiste hulp en begeleiding gekregen. Ik stuitte vooral op onbegrip en er werd me verteld dat ik mijn eigen herstel in de weg stond. In een jaar tijd heb ik vanuit de GGZ vijf verschillende psychologen gehad.
Toevallig kwam ik met iemand in gesprek die ook hersenletsel heeft en diegene attendeerde mij op Hersenz. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en zelf contact opgenomen. Daarna kon ik vrij vlot starten.
Leren
In het begin keek ik de kat uit de boom, vooral door mijn eerdere slechte ervaringen. Maar al gauw merkte ik dat ik bij Hersenz wél werd begrepen. Ik heb drie modules gevolgd. Ik wilde vooral mezelf begrijpen, zodat ik me enigszins beter ging voelen. Ook wilde ik leren hoe ik beter met mijn hersenletsel kan omgaan.
Vertrouwen terug
Eigenlijk heeft alles bij elkaar mij geholpen om meer inzicht te krijgen. Maar vooral de psychomotorische therapie (PMT), in de groep en individueel, heeft mij weer vertrouwen gegeven in mijn lichaam en me laten zien wat ik wel en niet aankan. Hierdoor heb ik geleerd om mijn grenzen te stellen.
Er is in de afgelopen twee jaar veel veranderd in positieve zin. Ik voel me beter, omdat ik mijzelf nu beter ken en aanvoel en het kan benoemen als iets niet goed gaat. Ik accepteer nu dat het is zoals het is en dat ik hiermee verder moet. Mijn naasten hebben ook meer begrip voor mij, omdat ze uitleg kregen van mijn behandelaar. Dat is heel fijn.
Voldoening
Ik ga nu drie halve dagen in de week naar een centrum voor dagbesteding, waar ik graag en vaak kook. Ik haal er veel voldoening uit en vind het fijn om weer onder de mensen te zijn. Ook loop ik hard en wandel heel veel met mijn lieve hondje Nikita, mijn ‘kleine psychologe’. Ik kijk met een positieve blik naar de toekomst, maar wel stapje voor stapje. Ik leg mezelf geen druk op.
Houd moed
Dat wil ik ook graag meegeven aan lotgenoten. Geniet van kleine dingen die goed gaan en jou gelukkig maken, zoals een wandeling of het luisteren naar muziek. Al is het soms moeilijk, weet dat er echt mensen zijn die jou begrijpen en handvatten kunnen geven. En misschien wel het allerbelangrijkste: geef de moed niet op!”
Over de auteur, Jeannette Heijting (60): Jeannette kreeg in 2009 twee herseninfarcten en heeft als gevolg daarvan niet-aangeboren hersenletsel. Ze volgde twee modules van Hersenz en kreeg stap voor stap weer regie over haar leven. Als ervaringsdeskundige en auteur zet ze zich in om de (onzichtbare) gevolgen van hersenletsel beter bekend te maken, zodat er meer begrip ontstaat. Dit doet ze door haar eigen verhaal en de verhalen van lotgenoten en naasten naar buiten te brengen.